Welkom in de Wildernis


Welkom in de Wildernis. Bedankt dat je mee wil gaan. Dat je verdraagt dat ik weer stop halverwege. Of een verdovend elixir neem tegen de pijn. Bedankt dat je mij al die tijd wou volgen, weg in, weg uit. De kronkels neem je erbij, de regen in mijn ogen als ik weer iets vergeten ben, de mist in mijn kop als je tegen me praat, de wind van mijn felle, botte woorden, de storm als het mij niet zint. Je pakt het. Je vergeeft me dat ik verveeld raak bij het minste. Dat ik duizend ideeën heb en er drie uitvoer, die drie die je verwenst. Je zucht als ik je beledigd heb, je komt voor me op als ik het weer verpruts. Je houdt van mij en ik van mijn passies. Je blijft bij me ook al duw ik je af.

Misschien doe je het voor de tonnen energie die ik aanvoer. Voor de inspiratie die je zelf niet zo hebt. Voor de kracht waarmee ik je van je zetel naar de wereld breng. Voor het andere, het anders zijn, mijn openhartig zeggen wat ik denk en voel.. Je weet soms te veel van me. Of doe je het voor mijn verbeelding want een zoeker is vindingrijk. Dus ik maak voortdurend nieuwe dingen. Ik schep en schep en schep daar graag over op. Zo pakt mijn leven in het kwadraat het kleurloze aan: het wil olie op het vuur en is niet bang voor de gensters.

Ik beloof je van alles maar ik maak het zelden waar. Ik moet vooruit, waarheen weet ik niet, dieper de wildernis in, want alleen die ken ik en kan ik verdragen. Zo slinger ik hoog boven de Nuance en spring er zelden in. Ik overdrijf liever, van prikkel naar prikkel, op de vlucht voor het neutrale, spartelend tegen het saaie, uur na uur omhoog en omlaag, dan weer droef, dan weer euforisch, dan weer bang, dan weer kwaad. Mijn film kent geen regie; vooral applaus bepaalt hoe het verder gaat. Stilstaan is sterven dus altijd heb ik haast. En toch kom ik te laat. Te laat op mijn begrafenis wie weet, en rond mijn kist roepen ze misschien nog dat ik niet stil genoeg lig. Na de crematie gaat dan de urne open en ziet iedereen hoe verstrooid ik blijf.

Ik heb me dan een leven lang buitenspel gezet. En altijd gesmeekt om te mogen blijven: op school en op mijn werk en thuis. Want wie mij vernedert laat ik los, waardoor ik op de rand loop van ‘ernaast’ en ‘erbij’. Maar: ik zal geleefd hebben en jij zult het weten. In mijn ADHD-full-option wagen, met dit all-in pakket van stomende drang, zoekend naar oorspronkelijkheid, met de geestdrift en het ongeduld dat zowel vernietigt als vormt. Ik heb een wispelturige tong en een rusteloos lijf, onhandige handen en een warrige kop. Maar samen kunnen ze toveren.

Er is geen rust, er is geen midden, niets blijft langs de driftweg gelijk. Dus ja, ik kus de kern van dit leven, ik ontketen en ik ontwapen, ik ben makkelijk te buigen maar zelden te kraken. Dit is mijn wildernis en jij bent mijn tochtgenoot. Wat een krachttoer van je, daarvoor teken ik met liefde. Ik stop nooit want ik ga dromend vooruit. Maar als je mij vasthoudt, gaan we samen. En ook dat is een vorm van blijven.



© Ilja Van Peel 2010
Loch Ness - www.lochness.be